Mijn vader kan zingen als Elvis! Ik vraag me af waar die genen verloren zijn gegaan. Ik zong altijd retevals. En dat was erg frustrerend als songwriter zijnde.

Van jongs af aan vond ik het altijd leuk om liedjes te verzinnen en eindeloos te herhalen.
Hoe onzinniger hoe beter.

‘Karioka is een vogeltje
Karioka is een vogeltje!
Karioka, Karioka, Karioka, Karioka
Karioka is een vogeltje!’

‘Lelystad… wat moet een mens hier in dit gat?
Na één bezoek heb je het wel gehad!
O Lelystad, ik ben je zat!’

‘O lieve Paul…
Waar zijn al je haren in de loop der jaren naar toe gegaan?
Hoe word ik een homo
Zing ik als Perry Como
Knuffelt een nymfomaan?’

Later werden de songs wat serieuzer en kregen ze een meer singer songwriter karakter.

De songs waren goed, de zang echter… hopeloos. Mijn stemmetje was iel en slingerde heen en weer tussen bepaalde noten in plaats van er één aan te houden. Mijn lieve vrienden waren lyrisch over de songs en waren zo lief om niet heel duidelijk tegen mij te zeggen dat de zang echt niet zo best was. Maar dat kon ik prima horen op de tape opnames die ik destijds maakte.

Ik besloot te leadzang uit handen te geven. Een lieve vriendin met prachtige engelachtige stem zong mijn liedjes en ik deed de backings, waar ik nog redelijk mee uit de voeten kwam.

Het was echter mijn soulbuddy Allison die de magische opmerking maakte:

‘Kimmie, ga op zangles.’
‘Nee joh, Al, ik ben hopeloos. Dat gaat echt niet helpen.’
‘Ga nou maar.’
‘…….Ooooooké…. Als jij het zegt!’

Waar ik dus geen zin in had was toonladdertjes en stomme klassieke songs of popsongs zingen. Ik wilde dan ook echt zangles op maat en echt doen wat ik wilde leren: mijn eigen songs fatsoenlijk ten gehore brengen. Ik ontdekte op internet een nieuw soort zangles: De Complete Vocaal Techniek. Daar leer je, kort door de bocht, welke klanken je kunt zingen op welk zangvolume zonder je stembanden te ruïneren. Hoe harder je wilt zingen, hoe meer je de klanken van je woorden ietwat verbastert naar de klanken die je gemakkelijk hard kan zingen (vaak OO en EE). Dus als je wilt uitschreeuwen: ‘Crawling in my skin’ oefen je eerst met ‘Croolee ee mee skee’. En wanneer dat goed en zuiver lukt, probeer je weer wat richting de originele tekst gaan of iets wat daar tussen zit.

Na 5 zanglessen zong ik al 2 keer zo goed als voorheen.
Wow!! Ik was niet hopeloos, joepie!!
Echter, geloven in mijzelf deed ik nog lang niet.

Een paar jaar en paar bands verder, besloot ik de leadzang over te laten aan een lieve vriend van mij, met een waaaaanzinnige stem. Een stem met zoveel gevoel, dat ik van ontroering een paar keer heb moeten huilen bij een oefensessie. Het was alleen een lastig proces om de songs in te studeren, aangezien hij twee banen had en zijn hoofd eigenlijk niet naar het instuderen van nummers stond. Na twee jaar intensief oefenen besloot ik toch om de samenwerking te beëindigen, omdat oefensessies er te vaak bij in schoten.

Oeps! Leadzanger weg! Wat nu?! We waren met eerst z’n drieën (zanger,  gitaar- / percussiemaatje en ik) en nu waren mijn maatje en ik ineens met z’n tweeën over, beide geen geboren leadzangeressen. We besloten het toch een klein beetje te proberen. Wat nummers opgenomen in haar studio. Hemeltje lief, wat een confronterend proces; in de studio wordt ieder onzuiver nootje nog 20 keer uitvergroot en het lukte me maar niet om de nummers zuiver ingezongen te krijgen.

Na een half jaar kregen we door een wonderlijke samenloop van omstandigheden echter een aanbieding… om op te treden!! Eh… wij? Maar we hadden nog nooit met z’n tweetjes opgetreden! En zeker niet als lead! We poepten in onze broekjes. We hadden zes weken. Oeps. Goddank hadden we al een hele rits aan nummers geschreven, dat was het probleem niet. Maar we moesten in zeer korte tijd onze zang rechttrekken, ons gitaarspel perfectioneren én onze performance klaar hebben!! Het was een bizar hectische tijd (ik spreek nu over juni, juli en augustus 2012). Exact in de week dat we geboekt werden, ging ik namelijk ook nog onverwacht verhuizen. Er volgden zes weken van 10-urige werkdagen in mijn massagepraktijk, met tussen de massages en verhuisperikelen door iedere dag een oefensessie met ons duo! Gekkenwerk! Maar goed, je weet niet wat je kan totdat je tot het uiterste gepushed wordt. En vaak is daar een duwtje van iemand anders voor nodig. We werden met de dag beter en na een paar weken begon het zowaar ergens naar te klinken! We waren verbaasd over ons eigen geluid.

En daar stonden we dan. Ons eerste optreden. Doodzenuwachtig.
Niet loepzuiver, maar wel heel erg leuk! Allemaal leuke reacties van de bezoekers. We kregen meer aanbiedingen op op te treden! En zo werd de optreedangst langzaamaan wat minder, en het mooiste was: er kwam een sprankje geloof in onszelf.

Nu, anno 2013, ben ik mij volledig gaan storten op de stijl die eigenlijk het meest bij mij past: progressive rock. Iets wat ik nooit heb kunnen zingen, omdat het simpelweg te moeilijk voor me was om mijn songs met zoveel volume en overtuiging ten gehore te brengen. Vanaf januari dit jaar ben ik begonnen met mijn zang gericht te trainen op dit soort muziek. Ik maak iedere week opnamen in de studio, en leer zo vooral steeds beter te luisteren naar mijn zang. Ik moet veel nummers 15-20 keer opnieuw inzingen totdat het ongeveer ergens naar klinkt (steeds toch ergens vals en niet overtuigend). Slechts sinds deze maand (juli 2013) is het me gelukt om mijn eerste prog-rock song naar eigen tevredenheid te kunnen zingen. Dat is 6 jaar na mijn eerste zangles.

Kortom: wees allereerst niet zo superkritisch op jezelf als dat ik ben, haha.

Maar vooral: heb geloof in jezelf (of, als je niet gelooft, ga wel stug door met wat je leuk vindt!!), je kunt veel meer dan dat je denkt. Soms duurt het heeeeel lang, maar de aanhouder wint echt!!